Het Konijn

Natuurlijk gedrag

 

Konijnen zijn echte groepsdieren. Ze leven niet graag alleen: houd daarom minstens twee konijnen samen in een hok. Als u twee mannetjes neemt, is de kans groot dat er vechtpartijen uitbreken wanneer de heren volwassen worden. Een ontgecastreerd mannetje en een vrouwtje in een hok geeft hele andere gevolgen: jonge konijntjes. Twee vrouwtjes of gecastreerde mannetjes kunnen in de regel wel probleemloos samenleven, zeker als ze op neutraal terrein (dus rustig buiten het hok) aan elkaar kunnen wennen. Zet echter nooit twee vreemde volwassen konijnen zomaar bij elkaar, ze kunnen elkaar flink verwonden.

 

 

Huisvesting

 

Een konijn moet in zijn hok kunnen huppen en rechtop kunnen zitten. Konijnen kunt u prima buiten houden. Als ze buiten gewend zijn, ontwikkelen ze een wintervacht waarmee ze stevige vrieskou kunnen weerstaan. Zorg er wel voor dat het konijn zich warm kan ingraven in bijvoorbeeld een dikke laag stro en dat het binnenhok water- en zeker ook winddicht is. Plaats het hok zo dat er geen ijskoude noordenwind in kan blazen, en dat het konijn zomers de schaduw op kan zoeken. Konijnen kunnen slecht tegen temperatuursschommelingen. Het is daarom niet verstandig om een buitenkonijn ’s winters steeds naar binnen te halen. Het gelukkigst is het konijn in een buitenhok waar hij vrije uitloop heeft, of een binnenhok waar hij dagelijks ook een paar uur uit mag. Laat het konijn echter nooit zonder toezicht los in huis. Elektriciteitskabels leveren gevaar op: werk ze bijvoorbeeld weg in kabelgoten, want u kunt uw konijn niet afleren eraan te knagen!

 

Zorg in de buitenren voor een ondergrond van bijvoorbeeld gaas of tegels, om te voorkomen dat het konijn zich een weg naar de vrijheid graaft. Als het hok binnen staat, mag het niet op de tocht, bij een verwarmingsbron of in de zon staan. Als bodembedekker is stro geschikt. Konijnen zijn hele schone dieren, ze doen hun behoeft het liefste in een vaste hoek van hun verblijf. In de hoek die uw konijn als toilet kiest, kunt u wat kranten of kattenbakvulling op de bodem leggen. Gebruik echter nooit klompvormende kattenvulling, dit kan verstoppingen geven als het wordt opgegeten. Maakt het hok regelmatig schoon.

 

 

Hanteren en verzorgen

 

Konijnen vinden het fijn om geaaid te worden, maar worden meestal liever niet opgetild. Als u een konijn wilt optillen, doe dat dan door een hand onder zijn lichaam te schuiven en met de andere hand zo veel mogelijk vel op de schouderbladen te pakken. Gebruik uw onderste hand ter ondersteuning: schuif deze onder het achterwerk en druk het dier zachtjes tegen u aan. Til een konijn nooit op aan zijn oren of alleen aan zijn nekvel.

 

Kortharige konijnen moeten vooral tijdens de ruiperiode regelmatig gekamd worden. Omdat de vacht van langharige konijnen gemakkelijk gaat klitten, is het verstandig hen ook als ze niet ruien dagelijks te kammen. Houd er rekening mee dat de huid van konijnen gevoelig is, de huid beschadigd gauw. Trek daarom dus geen klitten uit de vacht. Bij de dierenspeciaalzaak zijn speciale borstels te koop die geschikt zijn om de tere konijnenvacht mee te borstelen.

 

Voeding

 

 

Konijnen moeten onbeperkt vers water kunnen drinken. Een konijn heeft behoeft aan heel veel vezels. Die zitten vooral in ruwvoer  zoals hooi en stro. Geef uw konijn daarom elke dag onbeperkt hooi.

 

Ook gras en groenten bevatten vezels, maar wen uw konijn hier langzaam aan om diarree te voorkomen. Niet elke groente is geschikt, van gasvormende groenten zoals kolen en prei kan uw konijn erg ziek worden. Fruit en brood zijn weliswaar erg lekker, maar dikmakers. Naast hooi kunt u wat hardvoer geven. Er is zowel gemengd konijnenvoer als voer dat uit 1 soort brokjes bestaat verkrijgbaar. Vaak noemt men dit ‘biks’. Een groot voordeel van biks is dat uw konijn alle voedingsstoffen in de juiste verhouding binnenkrijgt en dus niet alleen de ‘lekkere’ brokjes opeet. Houdt wel in gedachten dat hooi het hoofdvoedsel moet zijn. Gemiddeld (ligt aan soort brokjes) mag een konijn 20 gram brokjes per kg lichaamsgewicht per dag eten.

 

Konijnen eten ook een deel van hun keutels, de zogenaamde blinde darm keutels, direct uit de anus op. In deze ontlasting zitten onmisbare voedingsstoffen. Vindt u deze zachte, glimmende trosjes keutels vaak terug in het hok, dan is de kans groot dat uw konijn teveel voer krijgt waardoor hij zijn nachtkeutels niet meer opeet en dus onmisbare voedingsstoffen niet binnenkrijgt.

 

 

Geslachtsrijp, castratie en sterilisatie

 

Konijnen worden geslachtsrijp tussen de 3 en 5 maanden. Het vrouwtje ook wel voedster genoemd, werpt na 29-33 dagen een nest jongen. Als mannetjes geslachtsrijp worden kunnen ze gaan sproeien en agressief worden tegen soortgenoten en eigenaar. In de meeste gevallen helpt castratie hiertegen. Mannetjes kunnen gecastreerd worden zodra de testikels zijn ingedaald, dit is meestal rond de 12-16 weken. Vrouwtjes kunnen vanaf een maand of 6 gesteriliseerd worden en hiermee verkleint de kans op baarmoeder-tumoren. De moeder is direct naar de worp weer vruchtbaar. Een konijn wordt gemiddeld zo’n 8 jaar oud.

 

 

Ziekten en erfelijke aandoeningen

 

 Een gezond konijn is een actief, oplettend dier dat graag eet en een schone en droge vacht heeft. Aanwijzingen dat uw konijn ziek is zijn: lusteloosheid, niet willen eten, vieze ogen, een vieze neus, een vieze vacht rond anus, kwijlen, kale plekken en het schuin houden van het hoofd. Andere gezondheidsproblemen zoals olifantstanden (te lange

 

voortanden) en vetzucht kunt u grotendeels voorkomen door

 

verantwoorde voeding met voldoende ruwvoer. Al speelt erfelijke

 

aanleg hier ook een rol in. Raadpleeg in geval van ziekte of een

 

vermoeden daarvan altijd uw dierenarts.

 

Als uw konijn niet of nauwelijks eet, ga dan nog dezelfde dag naar uw

 

dierenarts want als het maag/darmstelsel stil ligt, is het bij een konijn erg lastig om dat weer opgang te krijgen en ontstaat een levensbedreigende situatie.

 

Het is aan te raden om uw konijn te laten vaccineren tegen VHS en Myxomatose. Deze ziektes verspreiden zich door direct contact tussen konijnen maar ook door stekende insecten zoals vliegen, muggen en luizen. Dus ook binnen konijnen kunnen hiermee in contact komen. In het voorjaar en in het najaar zijn er speciale vaccinatiedagen voor uw konijn.